Community

    Poollicht Campaign Journal - Sessie 2 - Caravan Day Zonder Caravan

    Sunday, December 9, 2012, 12:51 PM

    Caravan Day!

    De volgende ochtend is het huis van Grigori zeer chaotisch. Nínimeth weet uit de opgevangen flarden van gesprekken af te leiden dat het vandaag Caravan Day is – wat dat ook moge zijn – en dat iedereen daarom zo opgewonden is. Caravan Day blijkt, na verder luisteren aan het ontbijt, een dag te zijn waarop de karavaan uit het noorden naar Valholt komt om op de markt hun waren te verkopen. Daar zitten vaak bijzondere voorwerpen tussen en spullen die hier in het zuiden niet te krijgen zijn.

    Elders en leerlingen van Elders kennende, besluit de elf eerst Darannis in het laboratorium zijn ontbijt te brengen. Hij is druk bezig de staf, die op een tafel ligt, te bestuderen, maar onderbreekt zijn werk graag voor iets te eten. Hij weet te vertellen dat de voortgang nogal traag is, en zou graag wat meer magische voorwerpen van de Vuurdynastie willen hebben zodat hij hun soort magie kan vergelijken. Hij denkt dat zijn onderzoek dan wat sneller zal gaan.

    Nínimeth belooft een manier te vinden om hem meer voorwerpen te bezorgen, en gaat weer naar boven, waar Grigori net een boodschappenlijstje (de eye of newt is weer op) aan Taryn de bard mee geeft. Hij stelt ook voor de elf op sleeptouw te nemen, zodat die ook een keer Caravan Day meemaakt. Nínimeth, die hoopt dat er dan misschien ook voorwerpen uit de Vuurdynastie tussen zullen zitten, vindt het best. 

    Steden zijn duidelijk drukker

    Nínimeth verbaast zich over de enorme hoeveelheid mensen (en andere wezens) die ze op de markt aantreffen. Thuis is ze hoogstens eens in het dorp aan de rand van het bos geweest, waar dan ook wel markt is, maar hier in Valholt hebben ze bij meer dan één kraampje hetzelfde voorwerp te koop staan. Bovendien moet ze zich heel erg klein maken om nog tussen de mensen door te kunnen. De valk besluit dat op de schouder van zijn oppas zitten niet meer leuk is, en zweeft wat boven de twee mee waar hij alle ruimte heeft.

    Taryn koopt niet bij de eerste kraam die ze zien eye of newt – te duur, zegt ze – maar kiest uiteindelijk een andere verkoper uit: Theobold de gnome, “The way real men do it!”

    Ook haalt de bard de elf over om een nieuw hide armor aan te schaffen, want wat ze nu aanheeft “valt te veel op”, beweert ze met een keurende uitdrukking. Een beetje plattelands, begrijpt Nínimeth. Dus wordt er een wat beter afgewerkt armor van dezelfde kwaliteit aangeschaft. 

    Intussen is El’ran de dragonborn pakezel aan het spelen voor de Eladrin waar hij logeert. Deze weet steeds meer dingen te kopen en stapelt ze enthousiast op zijn grote groene vriend zonder af te remmen. Wanneer ze langs een kraam komen waar de verkoper voor de sier zijn grote dragonborn vormige golem uit de winkel heeft gesleept, beweegt de golem ineens zijn kop om El’ran te volgen. 

    El’ran ruikt onraad en wil doorlopen, maar de golem komt achter hem aan met duidelijk vijandige bedoelingen. De mage van wie de golem is komt er achteraan en probeert samen met zijn twee assistenten de golem weer onder controle te krijgen, maar omdat het ding het nog nooit gedaan heeft hebben ze geen flauw idee wat ze moeten nu hij ineens wel actief is. 

    Een grote vuurbal vanuit het publiek – dat zich snel uit de voeten maakt – schiet richting golem, maar doodt helaas in één klap een van de mage zijn assistenten die in de weg stond. El’ran en de golem banen zich een weg door verschillende kraampjes, terwijl de dragonborn probeert vooral niet meteen in gevecht te raken. 

    Bharhash, die zich stiekem erg schaamt voor het raken van de assistent, schiet El’ran alsnog te hulp en ook Taryn en Nínimeth komen op het lawaai af. Met zijn vieren weten ze uiteindelijk de golem in stukken te krijgen, maar inmiddels is de halve markt overhoop. De stadswacht komt ook aan op het plein, waar ze vooral te maken krijgen met de vraag “wie gaat mijn spullen nu betalen” van alle gedupeerde verkopers. De guard lieutenant besluit dat de schuld op de eigenaar van de golem valt, en de mage is dus niet blij. De dode assistent wordt opgeruimd. 

    De Eladrin waar El’ran voor lijkt te werken stapelt intussen al zijn spullen weer op zijn dragonborn en neemt hem mee naar huis om daar alle nieuw gekochte dingen op te kunnen ruimen. Bharhash verdwijnt ook om zich met zijn eigen zaken te bemoeien.

    Taryn neemt Nínimeth mee voor de lunch, waarna ze de pot met eye of newt terug gaan brengen naar Grigori. Taryn vertelt dat de echte karavaan pas ’s middags komt, waarop Nínimeth zich weer verbaast over het feit dat het dus nóg drukker kan worden in Valholt.

    Hun eer is beledigd! Alweer! 

    Grigori is wel tevreden met de kwaliteit van de eye of newt, maar niet met de hoeveelheid. Hij zegt dat dit hem maar een dag of drie vooruit helpt, en stuurt de twee dus terug met de opdracht meer te halen, waarop ze weer teruggaan naar Theobold (“The way real men do it!&rdquo.  Daar aangekomen zien ze hun groengeschubde grote vriend El’ran een heel varken (nog aan het spit) oppeuzelen terwijl hij wat rondhangt. De valk gaat op zijn kop zitten en smeekt om ook wat vlees, maar gelukkig luistert hij wel als Nínimeth hem vraagt van de duidelijk geagiteerde dragonborn af te komen. 

    Wanneer Taryn een enorme kist eye of newt heeft veilig gesteld meldt ook Bharhash zich weer, die vervolgens aanbiedt de kist dan maar te dragen omdat de andere twee te klein zijn en El’ran het te druk heeft met zijn hele varken. 

    Plotseling klinken er explosies vanaf het midden van het marktplein, en er zijn rookwolken te zien als men die kant op kijkt. De vier zijn nieuwsgierig naar wat er dan nu weer aan de hand is, en begeven zich snel naar het mogelijke gevaar. Eenmaal aangekomen zien ze dat er twee mages ruzie aan het maken zijn. Eén van hen is een roodharige mens die erg kwaad kijkt. De ander is een dragonborn die zich vooral lijkt te verdedigen. 

    Nínimeth, die thuis uiteindelijk haar vader op zal volgen als hoofd van de wacht, verspilt geen tijd en duikt op de roodharige mage, waardoor ze beiden tegen de stenen kwakken. Terwijl Bharhash wegrent om de wacht te roepen volgt El’ran het voorbeeld van de elf en grijpt de dragonborn mage. Taryn gaat tussenbeide staan en vraagt streng wat er nu aan de hand is. De twee willen eerst niet luisteren en schreeuwen vooral door elkaar heen, maar uiteindelijk weet de bard ze wat te kalmeren. Beide mages beweren dat de ander hun eer beledigd heeft en dat ze daarom nu ruzie hebben. 

    Bharhash heeft de guard lieutenant van eerder meegenomen en vraagt wat er hier aan de hand is.

    “Hun eer is beledigd, meneer,” weet Taryn te vertellen.

    De lieutenant zucht, rolt nog net niet met zijn ogen en draagt zijn mannen op om de twee mee te nemen en op te sluiten zodat ze over hun daden na kunnen denken. Vervolgens raadt hij de vier vrienden streng aan dat hoewel ze nu behulpzaam lijken te zijn, hij niet wil dat ze onnodig herrie gaan schoppen. Daarna vertrekt hij. 

    Die karavaan... komt die nog? 

    Twee uur na de middag is de karavaan uit het noorden nog steeds niet aangekomen, hoewel Taryn en Bharhash hen verzekeren dat hij er al lang had moeten zijn. Net als ze besluiten nog heel even af te wachten – ze willen tenslotte geen problemen met de lieutenant – komt er een gehavend persoon het marktplein op rennen. “De karavaan is aangevallen! Iedereen is dood!” 

    Meteen ontstaat er een soort bedrijvigheid op de markt. Nínimeth merkt op dat er een aantal ongure types onopvallend de markt af proberen te lopen, en Taryn en Bharhash weten dat dit waarschijnlijk leden van de White Knight Adventure Guild zijn: een slechte schuilnaam voor het dievengilde. Ze vermoeden dat deze dus zo snel mogelijk de buit van de karavaan voor zichzelf zullen gaan claimen. Intussen zijn de soldaten zich ook aan het organiseren om een kijkje te gaan nemen. 

    Nínimeth en Taryn, die oorspronkelijk al de karavaan wilden bezoeken om magische voorwerpen van de Vuurdynastie voor Darannis te verkrijgen, vinden dat ze nu heel erg moeten opschieten om er eerder te zijn dan de rest. Taryn weet echter dat het nog wel een tijdje zal duren voor die andere groeperingen goed georaniseerd zijn, en ze nemen een kortere weg.

    Op de weg ernaartoe ziet Nínimeth een hinderlaag liggen van drie bandieten met zwarte cloaks met een grijze hamer erop. Met zijn vieren rekenen ze snel met de aanvallers af nu het verrassingselement weg is. 

    Eenmaal op de plaats van de aanval aangekomen zien ze dat de soldaten uit de stad er ook al zijn, maar het enige dat er te vinden is zijn een boel lijken. De lading is verdwenen. Er is een spoor te zien van de versleepte kisten en balen, en dat volgen ze naar een grote grot. Voor de grot staan de White Knights met de guards te ruziën wie er naar binnen gaat. Er is al snel te zien waarom ze aarzelen: in de grot is alleen maar een dichte mist te zien. 

    Nínimeth, die nog nooit heeft geleerd ontzag te hebben voor dingen als magische mist, gaat voorzichtig de grot in terwijl de anderen nog proberen te beslissen wat ze gaan doen. Omdat de elf er al vandoor gaat, besluit de rest te volgen. De ruziënde groepen laten ze buiten achter.

    Vlakbij wordt gefluisterd: “Ssst, daar komen ze!” waarop Nínimeth naar de anderen gebaart dat er een aantal mensen recht voor hen zitten te wachten. Zodoende is ook dat verrassingselement weer verdwenen, ook al zien ze nog niet erg veel. Na voorzichtig wat stappen verder te hebben gezet, kunnen ze een paar bandieten in de mist onderscheiden. Er wordt vrij snel met ze afgerekend, en uiteindelijk ook met de irritante mage die afwisselend ijs en donkere rook op de vier afvuurt. Hij staat achter een groot hek, maar met een goed gemikt schot van Nínimeths boog is de hendel aan de andere kant te raken, waarna het hek netjes openschuift. 

    Aan het eind van de gang vinden ze de lading van de karavaan. De valk wordt opgedragen rond te blijven vliegen en te waarschuwen als hij iets hoort of ziet aankomen, ook al is de mist er nog steeds. Na even tussen de kisten gezocht te hebben, ontdekt Taryn een kist vol met spullen die van de Vuurdynastie waren. El’ran lijkt geïnteresseerd in drie dikke boeken, die vooral dagboeken lijken te zijn. Nínimeth wil ze wel voor hem dragen. Taryn heeft inmiddels twee voorwerpen als magisch geïdentificeerd: een klein apparaatje dat een vlam kan maken, en een grote kitscherige vaas. 

    Voor ze kunnen omdraaien om weer naar buiten te gaan, vliegt er uit de mist rechts van hen een pijl op ze af. Gelukkig zien hun belagers ook niet veel in de mist en wordt er dus niemand geraakt. El’ran stormt kwaad de trap op, waar hij tegen een man in een zwaar harnas op botst. Achter hem staan vier boogschutters.

    Er wordt vrij snel en efficiënt met de vijf afgerekend (mede dankzij de vuurballen van Bharhash) en daarna besloten om ook de andere kant van de grot volledig te verkennen voor ze besluiten weer te vertrekken. 

    De andere helft van de grot zit vol met een nog veel dichtere mist, en met El’ran voorop schuifelen ze voorzichtig verder, hard hopend dat er niet iets groots en monsterlijks in de mist verstopt zit.

    Helaas, pindakaas 

    Dat zit er dus wel.

    Nínimeth waarschuwt El’ran wanneer ze een grote schaduw net naast hem ziet grijpen, en El’ran reageert zoals zijn instinct hem ingeeft: hij stormt er keihard op af. Taryn weet later te vertellen dat dit een mourning haunt is: de geest van een persoon op de Natural plane waar een wezen van een andere plane aan vast gehecht is, waardoor het dus een stukje meer solide is dan alleen maar een spook. Wat het ook is, het is groot en pijnlijk. 

    Na een lang gevecht met een aantal angstige momenten omdat het geval ook nog eens blijkt te kunnen teleporteren, weten ze het ding te doden. Tenminste, dat hopen ze, want na de laatste klap van El’ran lost het monster op en verschijnt niet meer. De mist lost ook geleidelijk aan op. 

    Nu ze zeker weten dat de grot vrij is van gevaar nemen ze hun voorwerpen mee naar buiten (zonder dit te laten zien aan de wachters natuurlijk) en melden aan de aanvoerder dat de kust veilig is en alle spullen van de karavaan binnen te vinden zijn.

    De aanvoerder – een half elf - stelt zich voor als lieutenant Auri en bedankt hen, waarna hij zijn mannen de grot in stuurt. De White Knights lijken te zijn afgedropen of weggejaagd. 

    Hee, we deden wat nuttigs! 

    Terug in Valholt presenteren ze de voorwerpen aan Grigori en Darannis. Grigori mag met enige overreding de boeken bekijken die El’ran mee heeft genomen, maar lijkt hier niets interessants in te kunnen ontdekken.

    Darannis denkt dat deze voorwerpen hem zeker kunnen helpen om sneller achter een oplossing voor de mysterieuze ziekte in het elfenbos te kunnen komen. Hij weet te vertellen dat het kleine ding dat een vlam kan maken gebruikt werd om bijvoorbeeld open haarden of kaarsen aan te steken. De vaas is gewoon een lelijke vaas die toevallig magische krachten lijkt te hebben, maar het nut ervan ontgaat iedereen. 

    Bharhash vraagt Grigori om hen een rondleiding door het huis te geven, en Grigori vertelt onderweg iets over zijn onderzoek. Hij is bezig een manier te vinden om tiefling magie (die in essentie kwade magie is) zodanig te gebruiken dat het op de goede manier kan... dus zonder eerst een duivel op te hoeven roepen en dergelijke.

    Ook wordt wederom iedereen uitgenodigd om te blijven logeren, omdat Grigori nu eenmaal dol lijkt te zijn op gasten. 

    Bharhash verdwijnt die avond om een bericht ergens achter te gaan laten, maar waar en waarom is de rest onbekend...
    0 (0 Ratings)
    [ 176 views ] Leave a Comment

    Poollicht Campaign Quotes - Session 2

    Sunday, December 9, 2012, 12:49 PM

    Bou: Ik was weer teruggegaan naar de elf.
    Mari: ?
    Mel: Hij heeft een elf en daar slaapt ie bij.

    Mel: De eye of newt is weer op.
    Vreni: Ik verstond iPhone of newt.
    Kenny: De iNewt!

    Mel: (quote Mari) "EW! Maar ik vond het lekker!"

    Bou: Dan pak ik gewoon een verse wolf, snee in de rug, voeten erin, lekker warme pantoffels!

    Vreni, Kenny en Mari: Meet me at the giant dragonborn!

    Mel: Streetwise roll om goedkopere eye of newt te vinden, en een brownie om de GM om te kopen.

    Kenny: ... Ik heb niks aan.
    Rest: OOOOOOOH! :D

    Vreni: "Hun eer is beledigd."
    Mel: De guard captain: "Oh NEE. -_-"

    Kenny: Proefpersoon gevraagd: GRAAG aanraken!

    Bou: Kenny, waarom ga jij nou op mijn perfect spot staan?!
    Kenny: Omdat het ook de perfect spot voor mij is!

    Kenny: "Waarom willen wij eigenlijk de caravan stuff?"
    Vreni: "OH JA trouwens..."

    Mari: Hola hola hola, Boudewijn wil cola.

    Mel: Groen valt Boudewijn aan.
    Bou: Goh. Wat gek.

    Mel: Eindelijk raken ze een keer - ik weet nu niet wat ik moet gooien.

    Kenny: Ik kan toch ook gewoon magic tussen de portcullis door schieten?
    Mel: Ja, dat gaat er gewoon doorheen. Pijlen ook, dragonborn niet.

    Kenny: Hee Boudewijn je kan nu weer meer dan twee vakjes lopen! En nu hoef je nog maar twee vakjes.

    Mel: *over de guard captain* Hij heeft zeg maar Hide Sarcasm +20.
    0 (0 Ratings)
    [ 116 views ] Leave a Comment

    Poollicht Campaign Quotes - Sessie 1

    Monday, September 19, 2011, 7:16 AM

    Mel: De hertog van Valholt is een half-orc. De vorige hertog was dat niet.
    Mari: Dan was die een human, of een orc.
    Mel: Ik zou ook een elf kunnen zeggen en dan was het helemaal mysterieus geweest.

    Vreni: Ze is best aantrekkelijk, hoop ik, voor de mannen hier...
    Bou & Kenny: Eh - NEE!
    Mel: Ze zijn allebei dragonborn.

    Mari: Ik ben d'r niet!
    Vreni: Wat doe je hier dan?

    Mel: *bij de theater host* Er komen ook wat klanten binnen, dus hij heeft genoeg te doen.
    Mari: Klanten... *snort*
    Mel: Hij is geen pimp! >O Dit is niet de Moulin Rouge!

    Vreni: Is er een manier om hem mij meer te laten vertellen?
    Mel: Dokken of Diplomacy.
    Kenny: Danskleding.
    Bou: Ik denk niet dat hij die wil kopen.

    Mel: "Zoals je weet stammen tieflings lang lang lang lang lang geleden *wappert met armen* van devils af..." Nee ze doet niet zo met haar armen, dat doe ik.

    Mel: En dan wil ik nu even terug naar Vreni.
    Vreni: PEE BREAK!

    Mel: Er zit een vent in de bosjes.
    Kenny: Wat doet ie daar?
    Bou: Heeft hij een regenjas aan?
    Vreni: Is ie alleen? Oo

    Bou: Is dat een move action, op d'r tenen gaan staan?

    Kenny: "Dit is de goede weg naar Sgag-keza toch?"
    Vreni: "Voor een dragonborn heb je wel een belabberde uitspraak zeg."
    Rest: OOOOOH BURN!

    Vreni: Onderweg gaan we elkaar een beetje proberen af te tasten...
    Bou: EHM!
    Kenny: Er ligt gelukkig geen ijs in de haven.
    Mel: Is dat een eufemisme?

    Vreni: "Aangezien jij nogal dragonborn bent..."

    Vreni: Ik doe weer Misdirected Mark en daar gebruik ik Kenny weer voor.
    Mari: Ze gebruikt je gewoon!

    Kenny: Ik ben een joodse dragonborn.
    Mel: *ter uitleg* Daarom is z'n staart eraf.

    Bou: En dan langs de Cluster**** farm...

    Mel: "Hee, heb je nog eye of newt? I need it bad, man!"

    0 (0 Ratings)
    [ 58 views ] Leave a Comment

    Poollicht Campaign Journal - Sessie 1 - Sjakuza? Sjachza? Sgag-Keza? Zoiets toch?

    Monday, September 19, 2011, 6:47 AM

    Uit Nínimeth's journal

     

         Shach'quza: kom voor de tempels, blijf voor de creepy rituals

         Nínimeth en haar valk betreden de grot en nemen één van de nog brandende fakkels mee naar binnen. Eenmaal door de grot heen is het randje van de oude stad nog te zien. De stad ligt op een eiland in het midden van een ondergronds meer. Alle gebouwen zijn van steen, met veel torens en puntige uitsteeksels. Er zijn zelfs waterspuwers, ook al dienen die hier onder de grond geen enkel doel. Het is er pikdonker op Nínimeths toorts na.

         Ze besluit dat als ze iedere keer linksaf slaat ze toch uiteindelijk op het tempel district moet stuiten, of in ieder geval niet zal verdwalen. Na een lange tijd rondlopen door de indrukwekkende ruïnes vindt ze een aparte wijk met vier grote, tempelachtige gebouwen.

         Het doorzoeken van het eerste gebouw levert weinig op. Er is een groot bassin in het midden van de tempel waar water in lijkt te zitten – het is in ieder geval even zwart als al het andere water hier onder de grond. Het valt wel op dat er geen reflectie in het spul te zien is. Nínimeth besluit er bij vandaan te blijven. Het gebouw is verder duidelijk leeg: er liggen wat spullen van vorige voorbijgangers, maar niets meer van waarde.

         Het volgende gebouw is duidelijk gewijd aan een dragonborn die goed kon vechten. Overal op de muren zijn gravures te zien waar hij grote beesten verslaat. In het midden staat een altaar met daarop het karkas van een minotaur. Hij is half opengesneden en ligt daar al een tijdje, maar is duidelijk een recentere toevoeging dan de rest van het meubilair. Om het altaar heen is met zijn bloed een groot pentagram getekend. Nínimeth komt voorzichtig dichterbij, waarbij ze niet op de
    lijnen van het pentagram durft te stappen, maar nader onderzoek van het lijk levert niets op. Ook hier is niets dat haar dorp kan helpen.

         De derde tempel heeft veel weg van een standaard kerk. Alles is hier nog redelijk nieuw: de bankjes zijn ook duidelijk nieuwer dan het andere meubilair in de stad, en achter het altaar staat een grote kooi. Daarin liggen lijken die allemaal op dezelfde manier zijn gedood en rode gewaden dragen. Ze lijken zelfs in een spiraal op de grond uitgelegd te zijn. Op de muren is de marteling van een en dezelfde dragonborn op steeds weer andere manieren uitgebeeld.

         Er is nog één tempel die ze kan doorzoeken. De elf treft hier een grote chaos aan, met achterin het gebouw een groot standbeeld dat een enorme staf vasthoudt. Deze dragonborn lijkt vooral erg vriendelijk te zijn geweest, wat ook aan de gravures op de muren te zien is. De ogen van het beeld waren duidelijk ooit dure stenen, maar deze zijn al lang geleden door andere mensen eruit gepeuterd. Ook hier lijkt niets van waarde over te zijn.    

         De kunst van het sneaken met een fakkel

         Hoewel de moed haar in de schoenen zinkt, besluit Nínimeth dat ze dat pas zeker kan weten als ze de hele tempel doorzocht heeft en gaat alles ondersteboven halen.
    Bij haar tweede ronde door het gebouw hoort ze ineens stemmen en voetstappen, en komt het licht van een fakkel dichterbij. Snel steekt ze de hare tussen een stel losse stenen alsof hij daar altijd al stond, gooit haar valk de lucht in en verstopt ze zich achter het grote beeld. De valk blijft stilletjes op de steunbalken onder het dak zitten.

         Een paar seconden later komen twee vreemdelingen de tempel binnen: een dragonborn en een mens. De laatste is duidelijk een vrouw en vertelt aan de dragonborn dat ze op zoek is naar een staf.
         Ze heeft donkerbruin haar en lijkt precies te weten wat ze hier doet.
         De dragonborn heeft gele schubben, lichte ogen en draagt kleding die Nínimeth aan kooplieden doet denken.

         De mens noemt plotseling de naam Grigori, voor wie ze de staf moet vinden. Ze verdenkt de staf van het standbeeld, omdat deze volgens haar magisch aanvoelt.
    De stemmen komen dichterbij en in haar nieuwsgierigheid loopt de mens om het beeld heen, waar ze Nínimeth ziet zitten. Deze is eerst wat achterdochtig, maar aangezien de mens en de dragonborn geen duidelijk vijandige bedoelingen hebben, ontspant ze zich wat.

         De vrouw stelt zich voor als Taryn, en de dragonborn blijkt Bharhash te heten. Voor het gesprekverder kan gaan beginnen hun toortsen te flakkeren; op dezelfde manier als in het huis van Grigori.
         De andere twee klagen over kou die zij zelf niet voelt. Ze trekt onmiddellijk haar zwaarden en zoekt dekking terwijl ze naar de grote deur van de tempel sluipt, waar ze iets dacht te horen. De valk komt op haar bevel weer op haar schouder zitten, want in een gevecht heeft ze hem toch liever bij zich.

         Voor de deur staan vreemde wezens. Ze lijken op kobolds, maar toch weer niet. Er zitten ook grotere wezens tussen die Nínimeth niet herkent. Uit gewoonte gebaart ze in de gebaren die ze thuis onderling gebruiken naar de twee achter haar, maar deze lijken niet te begrijpen wat ze wil zeggen.

         Er ontstaat een vrij heftig gevecht waarbij Nínimeth meer schade oploopt dan ze gewend is, maar gelukkig is haar geleerd hoe ze daar mee om moet gaan. Er blijkt ook dat Bharhash in staat is flink wat magische krachten te ontketenen, iets dat de kobold-achtige wezens niet zo prettig vinden. Wat Taryn precies doet is haar een beetje onduidelijk.

         Midden in het gevecht worden ze verrast door een enorme dragonborn met donkergroene huid (hoewel de Elder haar altijd vertelde dat dit onmogelijk was) en een staart (ook dit hoort volgens de Elder niet te kunnen) die de troep vijanden in stormt en in stukjes hakt.
    Wanneer iedereen weer bij is gekomen begint de nieuwkomer in een rare sissende taal tegen Taryn
    te praten. Omdat niemand hem verstaat, probeert hij het vervolgens in weer een andere taal. Deze taal lijkt de taal van de dragonborn te zijn, omdat Bhar’hash hem kan verstaan.

         De grote dragonborn heet El’ran en is door Grigori gestuurd om Taryn veilig weer thuis te brengen, aangezien zij één van de tiefling zijn leerlingen is.

         De staf van de Vuurdynastie

         Taryn verdenkt nog steeds de staf van het standbeeld en wanneer Bhar’hash aanwijst dat er een schroefdop op lijkt te zitten klimt Nínimeth naar boven om deze eraf te schroeven. Er is echter niets in de holte van de staf te zien of te voelen, en dus wordt El’ran gevraagd de onderkant van de staf open te breken.
    Hieruit weten de vier een kleinere, echte staf te bevrijden, die berijpt is en op de punt een ijspegel heeft. Er komt flink wat damp van af.

         Nínimeth vermoedt meteen dat dit is wat ze nodig heeft. Wanneer El’ran de staf aan Taryn geeft, wil de elf deze vastpakken voor Taryn dat kan doen, maar het ding voelt zo koud aan dat ze onmiddellijk weer los moet laten. De anderen kijken haar verbaasd aan maar lijken niet diezelfde kou te voelen.

         Volgens Taryn kan de staf dingen bevriezen en ook ontdooien. Het is de staf die Grigori haar heeft opgedragen naar hem te brengen, maar Nínimeth denkt nog steeds dat dit hetgene is waar zij voor gekomen is. Het wordt dus tijd met Grigori te onderhandelen.

         Terug in Valholt

        Op hun terugkeer in Valholt blijkt dat Grigori de staf alleen wil uitlenen, maar zeker niet permanent weggeven. Om dit zeker te stellen stuurt hij Taryn met Nínimeth mee wanneer ze naar Darannis gaat om hem ernaar te laten kijken. Ook Bhar’hash gaat mee. El’ran verdwijnt echter, misschien om wat andere bodyguard-achtige dingen te gaan doen.

         Darannis zegt toch echt een paar dagen nodig te hebben om onderzoek te doen naar het gebruik van de staf. Als Taryn uitlegt dat ze de staf toch gauw weer terug moet brengen naar Grigori, stelt Nínimeth voor dat Darannis mee komt en daar een tijdje blijft logeren.

         Zo gezegd, zo gedaan, en Darannis sluit zijn winkel om in het lab van Grigori aan zijn studie te beginnen.

     

    Dank aan Mari voor de tekst en het bijhouden De kopjes zijn van mij zodat het overzichtelijker is

    0 (0 Ratings)
    [ 106 views ] Leave a Comment

    Poollicht - Geschiedenislesje

    Wednesday, August 24, 2011, 5:57 AM

    Hier wat dingen die een persoon zonder ranks in History of Religion ook nog wel ongeveer zou weten, in ieder geval de grote lijnen. Hoe meer ranks hoe meer detail natuurlijk. Betekent niet dat het allemaal 100% kloppend is, maar net zoals de meeste mensen irl wel weten hoe de wereld is ontstaan en wanneer WO2 was en zo, dit is dat soort kennis.

    (Het komt ook niet echt overeen met wat er in de D&D boeken staat)

     

    Lang geleden

    Heeeel lang geleden bestonden er alleen de titans. Nog geen wereld, technisch gezien waarschijnlijk ook geen universum. De titans waren wezens van pure elemental energy en chaos.

    Uiteindelijk (na weet ik hoeveel aeons) begon er binnen de titans een groepering te vormen van wat de titans als 'mindere wezens' zagen, die wat minder chaotisch waren - zij waren het er niet mee eens dat alles dat zij maakten meteen weer plaats moest maken voor iets anders. Dit leidde tot een oorlog, die de splintergroepering mindere wezens uiteindelijk won (omdat zij ondanks hun verschillen WEL samen konden werken en de titans eigenlijk maar gewoon wat deden), en werden de titans, die onsterfelijk zijn, verbannen naar de Elemental Chaos en daar gevangen gezet.

    De groep 'mindere wezens' nam toen de Natural World (lees: prime material plane) over, om daar een wereld te bouwen. Dit waren dus de goden, en zo is de wereld gemaakt.

     

    Iets minder lang geleden

    Een paar tientallen millenia geleden werd de wereld bijna vernietigd. Dit was voordat de Elfen, Eladrin en Drow verschillende rassen waren. Ze woonden toen nog allemaal in de Feywild en brachten hun tijd vooral door met het bestuderen van dingen. Toen in de Feywild de dingen op waren, gingen ze op de Natural World kijken, enzovoorts, en hebben op die manier een groot netwerk portals gebouwd van de Feywild naar allerlei verschillende plekken.

    Op een gegeven moment waren alle dingen op alle planes gewoon op. Arme vroege Elfen

    Toen hebben ze bedacht dat ook het multiverse, alle planes samen, toch een rand zou moeten hebben? Dus met veel moeite en vergeten magie hebben ze toen de Verre Poort gebouwd, ergens in (vertalingen verschillen... of 'de ruimte' of 'de Astral Sea'), een portal naar buiten het multiverse, wat nu bekend staat als de Far Realm.

    Wat daar allemaal doorheen kwam heeft in drie dagen bijna de hele wereld vernietigd. Drie dagen was hoe lang het duurde voor de goden om de Verre Poort uit te schakelen en te vernietigen, en daarna kwam de cleanup van de Far Realm monsters nog...

     

    Lekker slim, Elfen...

    Dit leidde er natuurlijk naar dat een deel van de goden de Elfen wilde straffen. Sehanine, de godin die de Feywild onder haar hoede had en die de Elfen had gemaakt, was het niet eens met het plan om dan maar gewoon het hele Elfenras te "wissen" en er overnieuw mee te beginnen.

    Natuurlijk waren niet alle Elfen meer haar worshippers - een aantal was zo geobsedeerd met hun quest naar kennis en de geheimen van het universum, dat ze in staat waren alles ervoor te doen en ook hun best deden om hun "minderen" zo veel mogelijk in het duister te houden. Deze groep was uiteindelijk meer bezig met machtsspelletjes dan met het zoeken naar kennis, en aanbaden Lolth, de godin van de duisternis, backstabbing, en spinnen. Lolth heeft deze groep toen onder haar hoede genomen. Ze werden verbannen naar de Underdark zodat ze niet meer naar de sterren (en daar voorbij~) konden kijken en weer problem zouden kunnen veroorzaken. Lolth heeft, omdat ze nogal bezitterig is, deze Elfen haar zwart-witte kleurschema opgelegd om te laten zien dat ze van haar zijn. Dit zijn nu de Drow.

    Ook was er een groep Elfen die het eigenlijk niet zo veel kon schelen, al dat bestuderen van dingen. Zij werden gezien als een lagere klasse, want iemand moet toch voor het eten zorgen terwijl de Echte Mannen het research doen en zo. Deze Elfen waren vooral op de natuur gericht, en vonden dat ze niet verder hoefden te zoeken om alle wijsheid van de wereld te bezitten. Deze Elfen aanbaden voornamelijk Melora, de godin van de natuur.

    De derde groep waren de Elfen die (voor de tijd tenminste) typisch waren. De scientists, magiërs en filosofen die iets te ver hadden willen kijken. Deze waren nog trouw aan Sehanine, maar zij waren ook degenen die het meeste schuld hadden aan het bijna vernietigen van de wereld. De goden besloten na een hoop geruzie deze Elfen niet uit te roeien of hun magische krachten af te nemen, zoals een aantal van hun wel had gewild, maar in plaats daarvan hun steden met de grond gelijk te maken zodat hun kennis verloren ging.

    Dit ging een tijd lang goed, en de Melora Elfen en Sehanine Elfen leefden samen in de Feywild. Maar na een paar generaties begonnen de Sehanine Elfen de beschaving weer op te bouwen, hun oude ruïnes te onderzoeken, oude geheimen weer naar boven te halen... Melora zag dit gebeuren en probeerde Sehanine te waarschuwen, maar die vond het niet zo verontrustend (het is ook niet zo vreemd dat haar Elfen liever in een huis wonen dan in een boom) en liet het gewoon gaan.

    Melora wou er niets meer mee te maken hebben, heeft toen haar Elfen verkast naar de Natural World. Dat werden natuurlijk uiteindelijk de Elfen zoals we die tegenwoordig kennen, en de Elfen die achterbleven werden de Eladrin.

     

    Iets recenter

    Sinds die tijd is er natuurlijk van alles gebeurd. Empires  komen en gaan, de meeste mensen weten hier erg weinig over, en ondertussen weten ook de oudste Eladrin niet meer hoe ze bij de Verre Poort moeten komen (laat staan hoe hem te activeren) en onderzoek hiernaar... nou ja, ze vinden je aardiger als je gewoon wat duivels aanbidt en puppies offert, zeg maar.

    Een paar honderd jaar voor de tijd waarin wij spelen was het het hoogtepunt van de Vuurdynastie, een Dragonborn keizerrijk dat tegen die tijd al vrij lang bestond. Maar uiteindelijk kwamen er mensen (en Elfen, en Dragonborn, etc) in opstand en werd de Vuurdynastie beëindigd. Het is ondertussen best lang geleden, dus de Dragonborn worden hier niet echt meer voor beschuldigd, maar de ruïnes van hun steden en outposts zijn, zeker in het midden van het continent, nog overal te vinden.

     

    Rond Valholt

    Valholt is altijd een beetje een uithoek geweest, dus je zou zeggen dat ze er weinig last van hadden gehad. Om de een of andere reden hadden de Dragonborn van de Vuurdynastie toch een grote interesse in dit gebied, maar ze leken er nooit echt ver mee te komen (met wat ze dan ook wilden). Ze hebben verschillende basissen gebouwd, en ook de stad zelf veroverd en uiteindelijk weer verloren.

    Omdat het dus nogal een uithoek was en de opstand begon in de hoofdstad van Ithalys, was Valholt een van de laatste strongholds van de Vuurdynastie. Toen het leger van wat nu de koninklijke familie is eindelijk voor de poort stond, was de helft van het leger van de Vuurdynastie nergens te bekennen en werd Valholt eigenlijk veel te makkelijk veroverd. Niemand weet eigenlijk wtf daar aan de hand was - geschiedkundigen denken dat de keizer misschien een of andere fantastische strategische maneuvre van plan was (die compleet faalde) en dat daarom het leger ergens anders was, maar ze zijn ook nooit meer ergens anders meer komen opduiken.

     

    De laatste paar jaar

    De laatste paar jaar zijn vrij stabiel. Het gedeelte van het continent dat als beschaafd wordt gezien valt allemaal onder hetzelfde land, hoewel er wel een groot aantal provincies en hertogdommen zijn die het  niet allemaal onderling eens zijn. Valholt ligt echter zo ver weg dat het grotendeels buiten deze ruzies valt.

    Omdat het zo rustig is kan de koning zijn aandacht richten op uitbreiding - er zijn nog hele stukken onbevolkt land waar waardevolle stoffen gemijnd kunnen worden, vlaktes die voor voedsel voor de hoofdstad kunnen zorgen, hele stammen wilden in de bergen die beschaafd gemaakt moeten worden en bovenal hele eilanden en stukken land waar nog nooit iemand verder dan de kustlijn is geweest.

    In Valholt zelf is het echter nooit echt rustig.

    • De hertog is zeven jaar geleden mysterieus gestorven en zijn half-orc bastaardzoon is op de een of andere manier aan de macht gekomen.
    • Er is een magie universiteit begonnen buiten de stad, die is nu een paar jaar bezig en het is goed voor de zaken
    • Een van de grote merchant families is al hun invloed en status kwijtgeraakt omdat ze een deal hadden gesloten met een duivel
    • De misdaadfamilie die bekend stond als de Ijzeren Nacht, is in één klap verdwenen. Het officiële statement van de stadswacht: " ... Wha- ... Eh. ZIE JE WEL, LAAT HET MAAR AAN ONS OVER  "
    • Enzovoorts...
    0 (0 Ratings)
    [ 89 views ] Leave a Comment

    Poollicht - Valholt en omstreken

    Tuesday, August 23, 2011, 4:36 PM

       

    Valholt

     Valholt is een grote stad in het noord-oosten van Ithalis, ongeveer zo ver weg van de beschaving als je kan komen zonder de zee of frostworm country in te wandelen.

    Dat maakt van Valholt

    • een belangrijke handelspost en haven, 
    • een plek waar de expedities naar het noorden beginnen,
    • wat er doorgaat voor het culturele centrum van het noorden,
    • een toevluchtsoord voor iedereen die zo ver mogelijk weg wil zijn van iets of iemand.

    Daardoor is het nogal een gevarieerde stad met veel verschillende rassen en groeperingen. Er zijn bijvoorbeeld relatief veel Dragonborn en Tieflings, en de hertog is een Half-Orc genaamd Dorn. Ook de andere minder-beschaafde rassen zijn hier meer vertegenwoordigd dan in de meeste andere steden.

    Er is een hele grote haven. Alle handel met de andere steden en dorpjes in de regio gaat via Valholt, gewoon omdat het vlotter gaat. Ook de expedities die naar onontdekte gebieden (per boot en over het land) gaan vertrekken vanaf hier omdat het de laatste halte is.

    Er stroomt een brede rivier door de stad, waardoor er een hoop bruggen zijn. In de binnenstad is er nog hier en daar wel een boom, en zelfs een park (met de fancy school erin), maar buiten de binnenstad is het eigenlijk één grote door elkaar lopende troep van houten en stenen huizen met allemaal schoorstenen en metalen pijpen van de verschillende winkels en workshops.

    De stad wordt bestuurd door de hertog en een groep raadsleden - eentje voor iedere wijk en een vertegenwoordiger van de belangrijke groeperingen (de rijke merchant families, de gildes, etc.)

    De wachters in Valholt zijn meer een miniatuur-leger. Ze zijn vrij goed georganiseerd, maar ze hebben vooral veel ervaring met rare dingen.

     

    Omstreken

    De omgeving van Valholt is vooral heel heuvelachtig. Het ligt in een dal, en er omheen is het heel erg bossig. Hier en daar zijn wat Vuurdynastie ruïnes te vinden, maar aangezien zo dicht bij de stad liggen zijn ze grotendeels al leeggeplukt en bestudeerd.

    Af en toe komt er een Eladrin het bos uit wandelen, wat zou kunnen betekenen dat er een portal naar de Feywild in de buurt is. De Eladrin hebben echter blijkbaar geen zin om de handel en de reis van hun people makkelijker te maken en weigeren te zeggen waar het is, dus er gaat geen weg naartoe. Ook zijn er rumours over een doorgang naar de Underdark, of anders in ieder geval een hele diepe grot, waar als je de rumours moet geloven ook de geesten van het verdwenen Vuurdynastie leger rondspoken.

     

    0 (0 Ratings)
    [ 71 views ] Leave a Comment